Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 10 maart 2021

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat bijvoorbeeld om:

  • Begeleiding en dagbesteding.
  • Ondersteuning om de mantelzorger tijdelijk te ontlasten.
  • Een plaats in een beschermde woonomgeving voor mensen met een psychische stoornis.
  • Opvang in geval van huiselijk geweld en mensen die dakloos zijn.
  • Huishoudelijke hulp

Onderstaand mijn toelichting op de politieke markt van 4 maart jl. waarin de Huishoudelijke hulp binnen de WMO is besproken.

Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning HH (huishoudelijk hulp) dan zal de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor de WMO-ondersteuning die zij mensen thuis bieden. Dit is een landelijk beleid.

Vanaf 2020 betaalt men voor de WMO-hulp en ondersteuning een eigen bijdrage van Euro 19,00 per 4 weken. Maar gemeenten zouden mijns inziens ook wel een lagere eigen bijdrage kunnen vaststellen voor bijvoorbeeld huishoudens met een inkomen onder de 150% van het minimumloon. De eigen bijdrage is laag gehouden om opstapeling van kosten voor de lagere inkomensgroepen tegen te gaan.

Wat echter tegen de bedoeling in gebeurt, is dat mensen die voldoende inkomen genieten en in het verleden hun huishoudelijke hulp betrokken vanuit een organisatie of via particulier aanbod of via de gemeente maar wel inkomens afhankelijk, nu ook een beroep doen op de WMO- hulp zonder dat blijkbaar vooraf een inkomenstoets heeft plaatsgevonden. De hulp die zij ontvangen wordt dus ook uit de algemene middelen betaald hetgeen nooit de bedoeling van de WMO- wet kan zijn.

De solidariteit die de gemeente nu toont aan de inwoners die een beroep doen op de WMO heeft als onbedoeld effect gehad dat mensen door het niet hanteren van een inkomenstoets ook gebruik hebben kunnen maken van het lage WMO tarief. Het niet op de juiste wijze gebruik maken van de huishoudelijke hulp heeft bij de gemeente Apeldoorn m.b.t. WMO-gelden tot grote financiële tekorten geleid. Het is uiteraard niet de bedoeling dat de gemeente bewoners die gebruik maken van de huishoudelijk hulp meewerkt aan een “verdienmodel” voor deze bewoners. Het probleem is echter nog vergroot vanwege het feit dat vanaf het begin van de implementatie van de WMO-regeling de overheid onvoldoende financiële middelen ter beschikking heeft gesteld.

Vanwege bovengenoemde argumenten voelt de gemeente Apeldoorn zich nu gedwongen maatregelen in overweging te nemen. Het college heeft 4 maart jl. de gemeenteraad daarover gehoord en zal met de input van de raad op korte termijn met een concreet voorstel komen. Te denken valt aan het betrekken van de financiële draagkracht van de inwoners, het invoeren van een budget plafond of mogelijk zelfs het instellen van een wachtlijst. Onze fractie staat positief tegenover de college overwegingen. D66 staat op het standpunt dat WMO- ondersteuning altijd beschikbaar dient te blijven voor de meest kwetsbare inwoners. Indien de centrale overheid bereid is om extra financiële middelen voor de WMO ter beschikking te stellen maar de spelregels niet worden aangepast zullen de tekorten op termijn alleen maar verder oplopen.

Extra financiële hulp vanuit het Rijk is welkom maar de hulp moet dan wel ten goede komen aan huishoudens die onder 150% van het minimum loon vallen. Bij twijfelgevallen dient naar maatwerk te worden gestreefd. Wanneer de hulp bij de juiste kwetsbare inwoners wordt ingezet kan de gemeente hopelijk deze ondersteuning op een gezonde financiële basis blijven voortzetten.

Wanneer op de oude voet wordt voortgegaan dan kan men zich de vraag stellen: wat blijft er over van het principe van de WMO?

Luz Maria Camacho
raadslid